VOEDING EN VERZORGING  ...

Degene die besluit tot de aanschaf van vogels dient zich er van bewust te zijn dat vogels, evenals de meeste levende have, iedere dag verzorging nodig hebben.

Voeding.
De dagelijkse verzorging betreft in ieder geval: Er dient voldoende voedsel aanwezig te zijn tot het volgende voedermoment. Er dient dagelijks vers drinkwater verstrekt te worden. De voeding dient te bestaan uit: Een basisvoeder. Voor de zaadeters bestaande uit de vereiste zaadmengeling. Voor de vruchten- en insecteneters het universeelvoer. Naast deze bestaan er uiteraard ook vogels, zoals bijv. kolibri’s, met een speciaal op desbetreffend soort afgestemd basismenu. Deze basisvoeding dient te worden aangevuld met: Grit en scherpe maagkiezel Opfok/krachtvoer Fruit, vooral voor de vruchten- en insecteneters. Levend voer, zoals meel- en/of buffalowormen, in geval van vogelsoorten, die dat op hun menulijst hebben staan. Eventueel ook Groenvoer zoals bladgroen, bijv. vogelmuur, en verse onkruidzaden. Gekiemde zaden.
Houdt er rekening mee dat groenvoer en gekiemde zaden voor 90% uit water bestaan en derhalve met mate verstrekt dienen te worden.
Indien de mogelijkheid bestaat verdient het de voorkeur de vogels afgepast voer te verstrekken. Ze zijn dan gedwongen de juiste zaadmengeling geheel op te eten. Voederautomaten hebben als nadeel dat de vogels zichzelf verwennen met weliswaar een lekker, maar wel eenzijdig, zaadmengsel.


Verzorging.
De verzorging van de vogels betreft: Dagelijkse controle of alle vogels er gezond en wel bijzitten. Regelmatige vervanging van de bodembedekking Regelmatige reiniging van kooien, zitstokken, voer- en met name drinkwaterbakjes. Verstrekken van badwater Controle op ongedierte als vogelluis en het eventuele bestrijden daarvan. Uitwerpselen op de grond vormen een belangrijke besmettingsbron voor allerlei vogelziekten. Bacteriën gedijen het best in een warme en vochtige omgeving. Het is daarom van het grootste belang dat ontlasting zo snel mogelijk opdroogt. De vogelhouder kan er dus zelf in belangrijke mate voor zorgen dat de bodem geen besmettingsbron wordt door te kiezen voor een bodembedekker die het vocht goed absorbeert en de bodembedekking regelmatig te verwijderen en te vervangen. Goede bodembedekkers zijn kattenbakkorrels, lava- of kalksteenkorrels, houtsnippers, etc. Zand neemt niet of nauwelijks vocht op en is daardoor een slechte bodembedekker. Hoe vaak de bodembedekking ververst moet worden is uiteraard afhankelijk van het aantal vogels in desbetreffende ruimte. Bijzondere aandacht moet besteed worden aan de bodembedekking onder de zitstokken. Daar hoopt het vuil zich het meest op en de vogels zoeken ook daar naar wat van hun gading is met mogelijke desastreuze gevolgen. Het zal uit bovenstaande duidelijk zijn dat zeven en hergebruik van de bodembedekking vroeger of later tot problemen moet leiden.