Kenmerken :

  1. De bovenzijde is grijsbruin

  2. De onderzijde is lichter van kleur

  3. De poten zijn donkrgrijs

Omschrijving :

De tuinfluiter is een onopvallende vogel die zich maar weinig laat zien. De vogel is geheel grijsbruin van kleur en houdt zich voornamelijk schuil in dicht struikgewas. Tuinfluiters zijn dan ook het best te herkennen aan de lang aangehouden zang die veel lijkt op die van de merel. De zang van de tuinfluiter is echter sneller en onafgebroken.

Het nest van de tuinfluiter is groot en wordt laag in de struiken gebouwd. Het voedsel bestaat 's zomers voor een groot deel uit insecten. De tuinfluiter overwinter ten zuiden van de Sahara en om voldoende energie voor de lange trek op te doen worden in het najaar ook veel bessen gegeten. Ik vermoedde al langer dat de tuinfluiter tot de regelmatige klanten van het vogelrestaurant in onze tuin behoort,maar tot voor kort had ik hem daar nooit in levende lijve onder ogen gehad.Denk ik .Wantmet een tuinfluiter weet je nooit.Tuinfluiters combineren de levenswijze van een bescheiden scharrelaar met het uiterlijk van ...nou ja...van een bescheiden scharrelaar.Het is een uitermate modaal vogeltje.Buingrijs,op de rug wat donkerder dan op de buik.

 

Mijn Kweek met de kapoetsensijs :

Wat ik hieronder ga schrijven zal steeds geupdate worden aangezien ik nu ga beginnen met de kweek. Ik zal alles zo volledig mogelijk proberen op te schrijven zodat ik er wat aan heb voor de toekomst en jullie wellicht wat ideetjes kunnen opdoen.

 Mijn kweek doe ik in een speciale kamer met verlichting en verwarming, die ik zelf kan regelen, een ideale plek dus voor bloedluis. Aangezien ik ook verkoop vogels er in had is de kans dus groot dat het besmet kon raken.
 Van de 4 eitjes zijn er maar 2 jongen uitgekomen. Deze zaten bezaait met bloedluis. Ik wist niet wat ik moest beginnen, ze waren te jong om met een anti-bloedluis spray te behandelen. Na een paar dagen was 1 van de 2 jongen dood gegaan en de 2e zag er ook niet best uit. Ik moest wel de vogel behandelen. Hij had inmiddels al iets veertjes. Als ik nog langer zou wachten zou hij ook dood gaan. Ik heb de gok genomen en gelukkig heeft hij het overleefd. Mijn tweede koppel heeft nooit eitjes gelegd. Logisch aangezien het vol zat met luizen. Ik heb nadat de jonge vogel uit was gevlogen alle vogel in de volière gezet en alle kooien grondig schoon gemaakt met halamid en een bloedluisspray. Ik mijn volière ging later het jaar mijn 2 poppen ook nog is dood. Heel veel pech dus voor een beginnende kweker. Later heb ik nog mijn kapoetsensijs mannen verkocht en alleen mijn e.k. vogel gehouden.

Rond augustus ben ik maar weer gaan kijken voor een aantal koppels en een vrouwtje voor mijn mannetje. Ik kwam uit op een adres in Harderwijk. Zag er allemaal prima uit, alleen ik twijfelde of ik alleen een pop nam of ook nog meerdere koppels. Ik was die dag samen met mijn oom en hij zei tegen mij dat hij binnenkort van een kweker veel kapoetsensijzen kreeg voor een leuke prijs en hij raadde me aan om tot dan te wachten. Dus ik nam alleen een pop mee. Deze stopte ik de eerste 2 dagen apart om te kijken hoe het haar verging en na 2 dagen kwam ze samen met mijn mannetje in de volière terecht. De man zag haar en vloog er direct op af, en begon gelijk te fluiten. Helaas is ze na 2 weken dood gegaan.

In oktober ben ik op zoek gegaan naar een nieuwe volière en/of broedkooien systeem. Aangezien ik ook Major putters heb en daar ook mee wil kweken, was mij aangeraden om kweekvluchten te nemen van 150x100x200. Ik heb een aantal offertes aangevraagd en heb uiteindelijk besloten om 3 kweekvluchten van 100x100x217cm (217 is de hoogte van mijn kamertje) en heb ik nog 3 nieuwe broedkooien van 120x50x50cm gekocht die ieders in 3e te splitsen zijn. Ook heb ik nog 1 losse broedkooi gekocht voor mijn koppeltje parkieten. Om die er allemaal in te krijgen heb ik mijn oude volière weg gedaan. Bij het afbreken van mijn HOUTEN volière kwam ik er achter dat ik nooit van mijn bloedluis was afgekomen. De balk die tegen het plafond aan stond was bezaaid met bloedluis, logisch dat de nieuwe pop en de oude poppen het niet hebben gered bedenk ik me achteraf. Ik heb de hele kamer leeg gemaakt, tapijt weg gegooid en de kamer helemaal ontsmet. Na een paar dagen nogmaals alles schoongemaakt en nogmaals alles ingespoten zodat ik zeker wist dat ik niks meer had. Ik heb nu zijl op de grond liggen, dat makkelijk schoon te maken is en mijn kooien en vogels heb ik voor de zekerheid allemaal behandeld met een anti bloedluis spray. Tot dusver ben ik nog niks tegen gekomen.

 

In januari heb ik dus nog steeds alleen nog mijn mannetje. Inmiddels begin ik het daglicht en de temperatuur iets te verhogen. Ik zat op 1 januari op 12 graden en daglicht van 9.30 uur tot 19.30 uur. Ik begin met het verlengen van de dag omdat ik ook goulds en major putter heb en ik daar spoedig mee zal gaan kweken. De bedoeling is om rond april te gaan kweken, tenzij de vogels het eerder en/of later willen, want dat is toch het belangrijkste. 
 
Wekelijks doe ik een half uur er bij en 1 keer in de 2 weken 1 graad omhoog. In de 2e week van januari heb ik maar besloten om toch maar weer naar Harderwijk te gaan om maar weer een paar kapoetsensijzen te halen, aangezien de deal die mijn oom had op een of andere manier niet door was gegaan. Ik ben bij hem langs geweest maar dit maal had hij geen vogels meer over. Erg balen is dat. Ik heb daarna nog bij een van mijn contacten gepolst en kwam bij een vrij bekende kweker terecht, ongeveer 50km. bij mij vandaan. Ben bij hem langs gegaan om te kijken als hij nog wat leuks had. Eenmaal daar aangekomen ging een hele nieuwe wereld voor mij open. Alles in zijn ruimte zag er zo netjes en verzorgd uit. Alles werd prima bijgehouden, het zag er allemaal top uit. Na 3 uur aan nuttige informatie en veel nieuwe dingen te hebben geleerd ben ik er met 2 koppels en een losse pop vandoor gegaan, stuk voor stuk hele mooie vogels! Inmiddels heb ik ze nu 2 weken thuis en doen ze het allemaal prima. Nu nog wachten tot ze beginnen te kweken. Ik zit nu op de eerste week van februari op 18graden en daglicht van 08.30 tot 21.30. Dit omdat mijn parkieten op 8 eieren zitten en 1 van mijn koppel goulds op 5 eieren zit.
 Mijn kapoetsensijzen krijgen speciale kapoetsensijzen zaad van Witte molen. Dagelijks eivoer met 1 gekookt ei er door heen en wat kiemzaad (speciale sijzen kiemzaad, deze is overigens beperkt verkrijgbaar!). Om de dag doe ik daar ook nog is buffalowormen en/of pinky's door heen. Ze krijgen 1 keer per week Multi vitamine van Quiko door het water. En 3 keer per week Vitamine E door het water speciaal voor de optimale bevruchting van de eieren. 1 keer per week doe ik ook 1 lepel op 1 liter water appelazijn door het drinkwater.

 


 

Kweekverslag van Michael uit Tiel

Kleine cuba vinkjes 

Kleine cuba vinkjes (Tiaris Canora)

Lengte: 9 cm
Land van herkomst: Cuba en Florida
Aantal verwachte eieren: 3 tot 6
Broedduur: 13 a 14 dagen
Ringmaat: 2,3
Ringen vanaf dag: 5
Uit het nest: tussen de 16de en de 19de dag
Uitvangen: na ogeveer 3 tot 3½ week

Deze cuba vinkjes zijn heel mooi om te zien.

Ook hebben deze een mooie zang.

De Kweek

Deze vogeltjes leggen ongeveer 3 tot 5 eitjes per keer

Als een pop in een goede broed stemming is dan kunt u er 3 rondes mee broeden in een broedkooi in de volière kan het zelfs zijn dat ze door gaan dan moet je ze dwingen om te stoppen maar als je niet uit kijk gaan ze ook op de kale vloer broeden even wat takjes plukken en daar een bolvormige nest van maken en ze werken het af met blaadjes

Na ongeveer 13 dagen komen de jonge uit het ei.

Ringen doe ik met 2,3 mm op ongeveer dag 5 a 7.

Na het uitkomen, vliegen ze ongeveer na dag 19 uit het nest het kan wel eens zijn als ze snel groeien dat ze al met dag 16 uitvliegen

En dan nog even 15 a 20 dagen bij de ouders laten zitten dan kun je ze uitvangen.

Er gaan veel verhalen in de rondte dat de cuba vinkjes NIET bij elkaar kunnen zitten, ik zelf heb daar nog nooit geen problemen mee gehad (zie foto’s)

Dit zijn mannen 2 zwartborst cuba vinkjes en 2 kleine cuba vinkje bij elkaar

 

Wat ik doe is het volgende als ze bij hun ouders weg kunnen dan doe ik ze allemaal in een kooi van 120 breed x 40 hoog x 40 diep daar laat ik ze zitten tot dat ze op kleur zijn dan doe ik de mannen en de poppen scheiden in de ene vlucht de mannen en de andere vlucht de poppen

Het geheim is ze mogen me kaar niet zien.

Ik heb aan 1 kant een grote vlucht van 270 breed 100 hoog en 60 diep die ik in 2 kan splitsen

De ene kant de mannen en de andere kant de poppen daar boven heb ik 4 broedkooien voor de cuba vinkjes

Cuba vinkjes broeden bij mij een kooi van 60x40x40 met keuze uit 2 broedblokjes (zie foto’s)

Foto 1 een tralie nestkastje op een stop achter in de broedkooi

Foto 2 hang ik altijd aan het frontje

Aankomende kweek seizoen hou ik een kweek verslag bij van deze vogeltjes

Van wat ze te eten krijgen wat en waar ze broeden en hoe ze het doen


 

Grasparkieten ...

Het broedseizoen voor grasparkieten in hun natuurlijke omgeving in Australië is afhankelijk van de beschikbaarheid van voldoende voedsel en water, dit zal aan het eind of kort na een regenseizoen zijn.
Voor de grasparkieten die hier bij ons die in een buitenvolière zitten begint het broedseizoen eind maart - begin april (afhankelijk van het weer) tot september. Mensen die een kweekruimte hebben of waarvan de parkieten binnen zitten hebben de broedomstandigheden zelf in de hand wat betreft de verlichting en verwarming, waardoor er in principe het hele jaar door gebroed kan worden.
Het wordt aangeraden om je pop niet meer dan twee keer per jaar een legsel te laten hebben. Het is ook niet zo dat u bepaalt wanneer de parkiet wil gaan broeden. Het is niet omdat het broedseizoen is, dat je parkieten er al automatisch klaar voor zijn.
U moet uw parkieten voorbereiden op het broedseizoen.

De voorbereiding

De grasparkieten bereid je voor door eerst te zorgen dat de daglengte overeenkomt met de natuurlijke daglengte aan het begin van een broedseizoen. Dit is ongeveer een 15 uur. Zorg ook dat je vogels goed, gezond, sterk en uitgerust zijn. Geeft kort voor de broedperiode dagelijks eivoer. Zorg ook dat ze voldoende kalk krijgen.
Breng alle broedkooien en blokken op orde met eventueel een extra schoonmaakbeurt. En als er nog veranderingen aan de broedhokken of blokken of kooien moet gebeuren doe het dan voor je parkieten gaan broeden, zodat je ze niet meer moet storen tijdens het broeden.
Zorg er ook voor dat je grasparkieten de goede leeftijd hebben om te broeden. Een popje moet minstens 1 jaar zijn en niet ouder dan 5 jaar en met een mannetje kan dat vanaf 10 maanden.
Als je de goede voorbereidingen hebt gedaan kun je beginnen met broeden.

Het broeden

Je parkieten zullen koppeltjes vormen en dan breekt de tijd aan om broedblokken (of nestkastjes) op te hangen.
De afmetingen van een goed nestkastje zijn 15x15x25 cm met een invlieggat van 4 tot 6 cm diameter.
Zorg er ook voor dat je één of twee nestkastjes meer hebt dan koppeltjes, om problemen te voorkomen. Parkieten broeden het liefste op een harde ondergrond dus bodembedekking is niet nodig. Wat wel belangrijk is, is een uitholling op de bodem, waarin het popje haar eitjes kan leggen zodat de eitjes niet weg kunnen rollen.
Als u van in het begin nestcontrole doet, dan wennen de parkietjes daar snel aan en zal het geen problemen geven als je dan even kijkt terwijl ze broeden.
Na het ophangen van de nestkastje begint ook het paren. Een enkele paring is voldoende om alle eitjes te bevruchten. Of de eitjes bevrucht zijn kun je na een vijftal dagen zien op twee manieren:
a. Je kan het aan de kleur zien: als de eitjes melkachtig wit zijn, zijn ze bevrucht. Blijven ze roze doorschijnend dan zijn ze onbevrucht.
b. Je houdt het eitje tegen het licht. Als je dan rode lijntjes ziet lopen in het eitje (dat zijn de bloedvaatjes en het hartje) dan is het eitje bevrucht. Zie je alleen roze doorschijnend dan is het eitje niet bevrucht.
Het eerste eitje mag je een tiental dagen na de paring verwachten en daarna legt het popje om de dag een eitje.
Een parkiet legt gemiddeld een vier tot acht eieren per legsel.

Pas na het leggen van het tweede eitje begint het popje te broeden. Zij broedt dan ongeveer 21 dagen als het eerste kleintje geboren wordt.
Daarna wordt er net zoals er eitjes gelegd zijn om de dag een kleintje geboren. Je kan de kleintjes al een paar uur voor ze uit het ei komen horen piepen. Na de geboorte van de kleintjes gooien de meeste popjes de lege eischalen gewoon het nestkastje uit (ook daar zijn er uitzonderingen).
De eerste dagen worden de jongen gevoed door de moeder met kropmelk.
Kropmelk is een eiwitrijke afscheiding van de kropwand. Na een weekje gaat dan ook het mannetje mee helpen met het voeden van de kuikentjes. En langzaam leren de kuikentjes dan ook om hard voedsel (zaden) te eten en uiteindelijk om geheel zelfstandig te eten.
Na een viertal weken vliegen de kleintjes voor het eerst uit hun nest, waar ze overigens wel iedere avond opnieuw ingaan om de nacht door te brengen. Na 6 à 7 weken zijn de kuikentjes helemaal zelfstandig en kunnen ze bij de ouders weg.

Broedproblemen

Het broeden loopt niet altijd zoals gewenst als hierboven geschreven.
Er kunnen zich heel wat problemen tijdens het broeden voordoen:

1. Het popje legt geen eieren:
Dit kan komen doordat je popje te dik is of niet de juiste voeding heeft gekregen. Of je parkietje is te jong, of ze heeft geen nestgelegenheid.

2. Het popje legt onbevruchte eitjes:
Er is geen paring geweest, of door verkeerde zitstokken, of de parkietjes zijn teveel bevederd, het mannetje heeft te lange nagels, je parkietjes zijn niet in goede conditie, er is niet voldoende licht.

3. Eitjes komen niet uit:
Dit kan komen door een te grote droogte in het broedblok. Zorg dat de luchtvochtigheid goed is. De aanbevolen luchtvochtigheid is 55/65 procent. Een andere mogelijkheid is dat het embryo is afgestorven.

4. Eitjes worden stuk gebeten:
Dit komt helaas ook voor en deze parkietjes noemen we "eier-eters". Je kan na het leggen van de eitjes de eitjes weghalen je popje een vals ei geven waar ze dan in pikt. Als ze merkt dat ze dit niet stuk kan krijgen dan stopt ze ermee. Ze kan opnieuw met haar eigen eitjes beginnen te broeden. Vaak helpt dit. Als ze dit echter na dit blijft doen kun je het popje jammer genoeg niet meer laten broeden.

5. De kleintjes worden niet gevoed:
De kuikentjes moeten binnen de 12 uur gevoed worden door de pop, anders sterven ze. Het kan zijn dat het popje, als ze voor een eerste keer broedt, geen kropmelk heeft waardoor ze de kleintjes niet kan voeden. Het beste kun je dan de kleintjes onderbrengen bij een ander broedend koppeltje.

6. De kleintjes worden gedood door een van de ouders:
Dit kan komen door een popje dat te zenuwachtig is. Bij het mooi maken van haar blok, of door veranderingen kan ze dan de kleintjes doden. Soms doen popjes dit ook bij iets oudere kuikens, omdat ze opnieuw wil gaan broeden. Ook de man doodt soms de jongen!

7. Kuikens groeien slecht of sterven:
Kleintjes krijgen in het begin kropmelk dat heel eiwitrijk is, daarom is het ook heel belangrijk dat het popje extra eiwitten krijgt. Als er te weinig eiwitten in de kropmelk zitten groeien de kuikens niet goed. Ook kropontsteking kan een doodsoorzaak zijn. Een van de ouders draagt dan een bacterie bij zich die overgebracht wordt op de kuikens. Indien de weerstand van de jongen verzwakt is, kunnen ze sterven.

8. Spreidpootjes:
Spreidpootjes kunnen komen door een vitamine gebrek of door een popje dat te zwaar op de jongen ligt en dus eigenlijk het kleintje heeft platgedrukt. In de meeste omstandigheden kun je de spreidpootjes genezen door te zorgen voor voldoende vitaminen en door aan ieder pootje een ringetje te doen en deze te verbinden met een elastiekje zodat de pootjes niet meer uit elkaar kunnen. Dit moet dan een zevental dagen blijven zitten.

9. Legnood:
Legnood wil zeggen dat je parkietje haar eitje niet kan leggen. Dit kan komen door: - of eieren zonder kalkschaal (windei)
- of te vochtige, tochtige behuizing
- of het parkietje is te dik of te jong of te zwak
- of door een plotselinge weersverandering
- of door vitamine gebrek (verkeerde voeding)
Een grasparkietje dat legnood heeft herken je aan het "opgeblazen en stilletjes" in een hoekje van de kooi op de bodem of op haar nestje zit. Met opgezette veertjes en met een hevige, hijgende ademhaling ziet zij er ziek en zielig uit. Ze zal weinig of helemaal niet meer eten.

Het ringen van de kuikens

Als de kuikens zeven dagen oud zijn kan een metalen nummer ring rond het pootje aangebracht worden. Kleurringen van plastic kunnen ook later aangebracht worden.
De ring moet dan over het pootje worden geschoven. Het beste laat je dit doen door een ervaren kweker die je dan ook meteen kan tonen en uitleggen hoe het moet zonder teveel stress te veroorzaken voor de kleintjes.
De ringen moeten de eerste dagen gecontroleerd worden, omdat de moedervogel (dit voor haar vreemde voorwerp) met de nodige handigheid zal proberen het te verwijderen. Ook is de controle nodig om te voorkomen dat er uitwerpselen tussen de ring en het pootje zouden terechtkomen. De ring zou dan aan het pootje kunnen vastkleven met als gevolg dat het ontstekingen kan veroorzaken.
Het ringen van grasparkieten is niet verplicht maar wel handig. Je kunt aflezen van welk geboortejaar ze zijn, wie de ouders zijn, wie de kweker is, enz enz.
Hobbykwekers ringen hun parkieten om inteelt te vermijden. De ringen zijn te koop bij vogelverenigingen.

 

GOUDVINK ...

Er zijn verschillende soorten Goudvinken die voorkomen
in Europa en Azië.De Goudvink (Pyrrhulla pyrrhulla)
kan 14 tot 18 cm groot worden . De man heeft een rode
borst , terwijl de pop een bruine borst heeft.
Dit is de wildkleur er zijn medere mutaties gekweekt o.a bruin,
pastel,gepareld en combinatie`s hiervan.
In een grote volière aangeplant met dennetjes en andere
struiken zal Goudvink goed gedijen De Goudvink kan
goed met andere vogels overweg en als hij droog en
uit de felle wind kan zitten kan hij buiten overwinteren
Als je met de Goudvinken wild kweken kun je dit het
besten doen in kleine volière`s van ong. 2m hoog , 1m
breed en 1,50 diep ,die van boven met doorzichtige
golfplaatjes afgedekt zijn De Goudvink broed in een
groot zgn. kanarie kastje of kapelletje op 4 tot 6 eitjes
12 tot 14 dagen, komen de eitjes uit dit is goed te zien
wand dan liggen de eieren dopjes op de grond
hoofdzakelijk het wijfje broedt en wordt door het mannetje gevoerd.
Beide vogels verzorgen de jongen, die na 12-16 dagen uitvliegen
Na 5 à 6 dagen houd de pop nachts de jongen niet meer warm !!
Dus begin niet te vroeg met broeden !! Als het nachts niet te koud is
( half April) zet ze dan pas bij elkaar Als de man de pop
tijdens het broeden lastig valt ,zet de man dan apart in een TT kooi
maar wel zo dat de pop de man ziet.
Bestel tijdig ringen en ring de vogels +/- na 5 dagen


Goudvinkman
 
Het nestje word gemaakt van kokosvezel . Als de jongen uitkomen
haal dan het al het zaad uit de kooi en geef alleen nog eivoer
aangevuld met buffalowormtjes,pinky`s ,mieren eitjes wand de jonge
Goudvinken hebben zeer veel behoefte aan dierlijke eiwitten.
De Goudvink houd zijn nest heel schoon ,dus je kunt de ringen
maat 3.0 het beste met ventielslang voorzien .Na een week begin
je met geven van kiemzaad en het normalen zaad mengsel
Wel gewoon doorgaan met het geven van eivoer en dierlijke eiwitten
Een goed koppel kan makkelijk 2 tot 3 legsel per jaar grootbrengen.

Eitjes zijn uitgekomen
(dopjes liggen op de grond)

5jongen Goudvinken

2 Jongen Goudvinken
Voeding: Een goed zaadmengsel voor Goudvinken aangevuld met
onkruidzaad,graszaad,vruchtjes van vuur-,mei-, slee-doorn
Paardebloemknoppen,dat stimuleert de broeddrift.
Eivoer aangevuld met 25% dierlijke eiwitten
Uiteraard mogen maagkiezel en grit niet ontbreken.

Barmsijs:

http://www.indeks.pt/cantodepassaros/ffhtms/Carduelis%20flammea.htm

KWEEK 2002
.In 2002 heb ik met de volgende vogels gekweekt:· Barmsijs (wildkleur en bruin)· Europese kanarie, Barmsijzen: In de middelste buitenvoliere kweek ik met 1 bruine man en 2 bruine poppen.

Voor aanvang van het broedseizoen (eind Maart) bekleed ik de volieres met conifeertakken en sparretakken en hang ik een 5 tal nestgelegenheden op.
Als nestmateriaal beschikken de vogels over cocosvezel en sisal. Half april hadden de 2 poppen hun eerste nest klaar , allebei 5 eitjes. Na 14 dagen waren er totaal 8 jongen uitgekomen welke zonder problemen werden grootgebracht.
De 2e ronde begon in mei en zijn er totaal weer 8 jongen grootgebracht. De jonge vogels ring ik met een 2.5 mm ring welke ik eerst voorzie van een stukje ventielslang.
Binnen heb ik gekweekt met een wildkleur man split voor bruin en een bruine pop.Deze hebben de 1e ronde 3 jongen grootgebracht en de 2e ronde 4 stuks.Europese kanarie: Ik ben in 2002 weer begonnen met het kweken van europese kanaries. Allebei de koppels heb ik eind maart afzonderlijk in de buitenvoliere geplaatst,welke ook eerst voorzien waren van conifeertakken en enkele sparretakken. De nestgelegenheden heb ik op verschillende hoogtes opgehangen , 4 stuks per kooi. Als nestmateriaal krijgen zij ook cocosvezel welke ik kort knip , sisal en watten.

Begin mei had het eerste koppel hun nest klaar. Er werden totaal 5 eitjes gelegd waarvan er na 12 dagen broeden 4 uitkwamen. De man voert de pop perfect op het nest. Deze 4 jongen kon ik na 5 dagen ringen met een 2.3 mm ring welke ook voorzien is van een stukje ventielslang.
Na 15 dagen zijn de jonge vogels uitgevlogen. Ik laat deze nog ongeveer 14 dagen bij de oude vogels ivm het voeren. De pop was inmiddels al met de 2e ronde bezig. Deze ronde had ze 4 eitjes gelegd waarvan er 3 uitkwamen na 13 dagen broeden. Ook deze werden probleemloos grootgebracht

Koppel 2 had hun eerste nest half mei klaar. De eerste ronde had dit koppel maar 3 eitjes gelegd.
Hier kwamen er 2 vanuit en werden ook goed grootgebracht. De 2e ronde had de pop 4 eitjes en deze kwamen alle 4 uit. De pop voerde goed maar op een voor mij onverklaarbare wijze is er toch 1 jong dood gegaan. De krop was mooi gevuld en de onderbuik zag er ook goed uit.
De andere 3 zijn na 14 dagen uitgevlogen.

Totaal heb ik dus 12 jongen gekweekt waar ik zeer tevreden mee was.Voeding:
Mijn zaadmengeling stel ik zelf samen en laat deze elke keer per 5 kg aanmaken.
Het is een wildzangmengeling met een flinke aanvulling van graszaden,berkenzaad,slazaad ed.
Mijn vogels krijgen in de kweekperiode veel onkruidzaden zoals paardebloemknoppen , herderstasje , zuring en een beetje vogelmuur. Wanneer er jongen zijn krijgen de vogels minder zaad en meer onkruiden , miereneitjes , pinky`s en eivoer van CeDe wildzang zonder verdere aanvulling. Ik gebruik geen gekiemde zaden.

Dit doe ik zo al jaren en bevalt me prima.
Eind oktober zet ik alle vogels gescheiden van elkaar in de binnenkweekboxen.Dit doe ik om zo in het voorjaar zelf de kweekkoppels samen te kunnen stellen.

Kweek 2003:
Het komende jaar ga ik kweken met 5 koppels europese kanaries , 1 koppel barmsijzen wildkleur split voor bruin maal bruin , 1 barmsijs man bruin maal 2 poppen bruin en 2 koppels klein goudvinken.

Groet Pim Clarijs

PUTTER ...              

 

Graag voldoe ik aan de herhaalde oproep in BEC-INFO om kweekervaringen op papier te zetten. Het heeft wel lang geduurd – ik denk er al een paar jaar over – maar nu is het zover. En er zullen zeker andere vogelliefhebbers zijn die hier iets aan hebben.

 

Ik kweek voornamelijk major putters, de echte grote dus (Carduelis carduelis major). In 2003 kweekte ik 25 jongen uit 10 koppels. Niet al te veel, maar dat had te maken met het opknappen van ons nieuwe huis, waar veel tijd (ca. een jaar) in ging zitten. Ik wist dat van te voren, maar als je iets graag wilt dan moet je dat ook doen. Ik heb zelfs overwogen te stoppen met de kweek, maar dat kon ik niet over mijn hart verkrijgen. Ik zie wel waar het schip strandt, dacht ik.

Op 3 november 2003 verhuisden we. Het huis was klaar, de schuur niet. De maten van die schuur werden: 14 m. x 5 m. (l.x br.)., met een hoogte van 2.75 m. (vóór) en 2.40 m. (achter). Van de 14 meter gingen er 5 af voor fietsen en gereedschap. Dit deel werd door een wand met deur afgescheiden van de rest: het vogelhok. In het begin kwamen de vogels in een grote volière en enkele gingen er dood. Dat was jammer, maar ik wilde de vogels liever daar hebben waar ik ook woonde. Oude vluchtjes werden afgebroken en op de goede plaats weer opgebouwd. Het ging allemaal niet snel, want ik moest het hebben van de avonden en de zaterdag. Ik kreeg gelukkig hulp van enkele vogelvrienden.

Ik bouwde acht vluchtjes, 60 cm. van de grond, dat is gemakkelijk schoonhouden en er was voldoende bergruimte onder de vluchtjes 60 x 120 x 165 cm. (br. x diepte x hoogte). De vogels hadden te lang licht, want om elf uur brandde de lamp nog vaak. Aan alles komt een eind. Het was intussen april. Ik had nog zeven mannen en negen poppen. Ze zagen er alle redelijk goed uit.

De voeding: elke dag gaf ik gedoseerd vers zaad, in de winter 1x/week eivoer met kiemzaad, trosgierst, teunisbloemzaad, 1x/week witlof , in de rui wortel, boerenkool, paardenbloemblad en vogelmuur. Het water was aangezuurd met appelazijn, één dop per één liter water (2x/week), maagkiezel, en in de broedtijd ook sepia.

Zo naderde het broedseizoen. De mannen en poppen zaten gescheiden. Ik had al wel een idee van wát bij wát moest zitten. Alles goed schoongemaakt en bespoten met océpou, tegen bloedluis.  De vogels kwamen koppel bij koppel en de meeste koppels konden het goed met elkaar vinden. Ik vroeg me af hoe het zou gaan. Hadden ze wel voldoende licht? Alles was immers nieuw, zowel voor mij als voor de vogels. Her en der kon ik nog wat vogels bij krijgen, o.a. een split agaat man en een agaat pop. Uit enkele volières ving ik de man en zette hem in een kooitje vóór de volière.

Ik licht er nu één koppel uit, anders wordt het verhaal erg lang. Het koppel had al vlug een nest en de pop legde vijf eitjes. Ik zie aan de pop wanneer ze gaat leggen: ze eet meer sepia en zit er niet echt mooi strak bij. Op dat ogenblik vang ik de man eruit. Het bewuste koppel bestond uit een man van 2002 en een pop van 2001. De man had ik van een kanariekweker geleend. De vogels snavelden al vlug. Het paar sleepte met witte katoen, vossenhaar uit de handel, doormidden geknipte kokosvezel en gedroogd mos.

Op 20 april begon de pop te bouwen. Op 22 april was het nest klaar. Op 25 april was er het eerste ei en alle eitjes, vijf in totaal, werden geraapt. Na het leggen van het vijfde ei legde ik alle eitjes terug. Ik gaf badwater, want dat voorkomt het uitdrogen van de eieren. Alle eieren waren bevrucht en op 5 mei kwamen ze uit. Een dag vóór het uitkomen van de eieren nam ik het zaad weg. De vogels kregen alleen nog eivoer en buffalowormpjes. De eerste vier dagen bestond het eivoer uit een halve beschuit, evenveel orlux en een schepje comitaves met ei. Vanaf 2005 had en heb ik ander eivoer, in verband met te natte nesten (40 gr. beschuitmeel, 1 ei, ½ theelepeltje gistocal en tijdens de rui ook spirulina). Na vier dagen kregen de vogels ook wat kiemzaad door het eivoer gemengd en vanaf de vijfde dag ook wat droog zaad (voor de oude vogels), meestal tegen de avond. De jonge vogels groeiden als kool en moesten de vijfde dag geringd worden. Óm de (BEC-)ringen bracht ik een ventielslang aan.

 

Grasparkiet  ...   

Met grasparkieten kweken kan iedereen,ja zolang t de gewone grasparkieten betreft maar om de moderne TT parkieten te kweken komt wel een en ander bij kijken. Eerst en vooral kun je hierbij bezwaarlijk volièrekweek voor gebruiken voor het gewone feit dat je niet meer weet welke vogel waar uit komt, en om een stam op te bouwen is dit een belangrijke vereiste. Want een stam kweken is iets waar ieder zichzelf respecterende kweker naar toe moet, maar dit gaat niet in een jaartje of 2 maar is een werk die eigenlijk nooit af is want altijd is er wel iets die kan verbeterd worden. Hoe begin je aan zoiets. Zoek eerst een kweker waarvan de vogels je aanstaan maar zeker en vast ook de kweker zelf want je hebt hem nodig want zonder gaat t niet. Koop daar enkele vogels bij voorkeur 2 mannen en 4 poppen liefst uit bij elkaar horende lijnen (daarom die band met de kweker want je moet erop kunnen vertrouwen)of doe zoals ik koop direct (als je portemonnee t kan trekken) een gans basisbestand. En kweek die vogels onder elkaar, je zult zien dat er veel verschillende soorten bij elkaar gaan zitten van heel goede jongen tot echte kermisperruchkes.T jaar nadien selecteer je alles eruit die ook maar niks te maken heeft met t beoogde doel(zoals bvb te klein,slechte kop en zo bouw je stuk voor stuk je stam op, af en toe zal je wel een vogel moeten bijkopen om er hetgeen er tekort is aan je vogels bij te kweken en dit je liefst opnieuw bij dezelfde kweker. Als je al bij een vreemde kweker iets wilt aanschaffen doe dit dan met overleg en neem bij voorkeur een vogel mee naar die persoon zo kan die helpen kiezen in functie van het benodigde. Kweek dan die nieuwe vogels voorzichtig in je bestand in door er voor te zorgen dat de nieuwe vogels zoveel mogelijk nakomelingen heeft met vogels van jouw stam dus de man paren aan verschillende poppen uit je stam is de boodschap om t jaar nadien die jongen onder elkaar te verparen. Dit en enkel zo kan men een stam opbouwen en niet door lukraak te kopen en te koppelen maar er steeds t koppeke bij te houden en indien mogelijk een bevriend kweker erbij vragen om te helpen.Wat je nodig hebt voor de kweek is een goede en voldoende grote kweekkooi met ingebouwde blok of aan de kooi hangende blok(voordeel van deze is dat de jongen langer in t nest blijven. Verder een afzetkooi omdat de jongen nog niet direct bij de grote vogels kunnen door de competitie. En dan natuurlijk een voldoende grote volière zodat de beestjes hun vleugels kunnen uitslaan wat ze zeer zeker nodig hebben. Let er wel op dat de vogels tussen twee kweekseizoenen door voldoende rust hebben in een volière.